Opgroeien in jouw “nest”

Ik ben een jonge dame van 30 jaar jong. 3 prachtige kindjes en een goede vaste job.
Ik heb alles om gelukkig te zijn, toch? Waarom voelt het dan soms toch niet zo.
Soms voel ik me zo alleen bij velen, soms voel ik me triest terwijl er veel gelachen wordt, soms voel ik me ziek wanneer men lichaam kern gezond blijkt.
Is er iets mis met mij? Ben ik ondankbaar? Ben ik toch ziek? Ben ik te gevoelig? Ben ik een bitch? Ben ik raar en hoor ik dan nergens bij…
Wie of wat ben ik nu juist? Ik weet het niet meer
Ik ben iets verloren, onder de baan. Waar is het? Waar is het? Waar zoek ik, naar iets waarvan ik niet weet hoe het eruitziet?
Ik weet alleen dat ik iets ontbreek… Maar wat? Wat voel ik juist?

 

Eigenlijk voelde ik me zo al van kinds af. Ik had steeds het gevoel om niet begrepen te worden. Ik hoorde ook negens bij, alsthans dat was het gevoel dat ik erbij had.
In een kindertijd en jeugd “om van te dromen”, genoot ik te weinig. Hoe ondankbaar voelt dat nu.
Vaak stelde ik me vragen waar andere leeftijdsgenoten absoluut niet mee bezig waren -of misschien toch, maar ik wist het niet-.
Wat een moeilijke, verwarrende wereld was dit toch voor mij!
Herinneringen zoals, de zin “Julie de Sint bestaat niet”, zaten gebrand op mijn netvlies en trommelvlies…. Ik kon er niet inkomen dat ik dit zelf niet mocht en kon ontdekken! Heel het Sintenfeest werd verbrod omdat ze graag met ons viertjes wouden gaan eten, ipv nog eens pakjes te kopen… En eigenlijk was het, nu achteraf gezien, wel een fijn idee…
En dan de les godsdienst, de leugenaar van een leraar, die dacht dat we idioten waren en verkondigde dat Jezus op water kon lopen en water en brood kon veranderen in wijn en vis. Hoe konden mensen, leraren dan nog, zo’n dingen verzinnnen! Terwijl ze goed wisten dat dat niet kon… Dat was de dag dat ik beslisten om niet gelovig meer te zijn! Echt!
En dan was er nog mijn “mode-visie”! Oh ik droeg zo graag een broek en vooral jongenskleren! Een echt “garçon manqué”. Maar dat strookte niet met de modesmaak van mijn mama als we naar feestjes moesten. Ik snap het nu wel, ik moest netjes en mooi en vooral meisjesachtig zijn voor de feestjes van hun werk, maar er zijn zoooveeel traantjes gevloeid over het plooirokje, de witte kousjes met kanten randje (weet je nog…) en die zwarte blinkende schoentjes…
Ik wist dat mijn omgeving me doodgraag zag maar ik was vaak zo kwaad vanbinnen: op de wereld, op mijn ouders, op mijn zus, school, familie, enz…. Voor dingen die voor anderen wel oke waren, dingen waar ik eigenlijk niet zwaar aan hoefde te tillen. Maar toen… Ik werd stilletjesaan meer en meer gefrustreerdIk kon het niet helpen
Ik lijk ook, tot op de dag van vandaag, nog steeds in de “waarom-fase“, te zijn blijven hangen. (Nu kan ik er intussen wel om lachen).
Ik was zo jaloers op mensen die “het” konden loslaten… Loslaten wat je is “aangedaan”, het onrecht loslaten. Het onrecht dat ook ik anderen aandeed, kunnen loslaten. Velen konden “loslaten” door alcohol en drugs, maar daar was ik teveel controlefreak voor -toch één voordeel aan controlefreak zijn, tijdens mijn pubertijd-.
Ook loslaten dat ik niet perfect was, terwijl ik zo hard m’n best deed om perfect te zijn voor anderen. Perfect voor mama, perfect voor papa, perfect voor….
Ik denk dat ik zo perfect probeerde te zijn om mensen tevreden te houden. Mensen te plezieren: goede punten op school voor papa, dat hij fier kon zijn. Dat hij blij was, want oh wat was hij leuk wanneer we onozel deden en speelden in de zetel, maar o wee als hij kwaad werd!
Een goede zus zijn, om ook haar tevreden te houden. Er altijd voor haar te zijn, als ze me nodig had. Ze was wel is vaker verdrietig of had troost nodig en die graf ik met plezier. Ik speelde grote zus voor mijn grote zus. Achterafgezien een rol die ik mezelf opgelegd heb.

Stilstaan bij mezelf dat deed ik niet! Telkens, anderen analyseren, dat was bijna mijn vaste bezigheid (vooral wanneer mensen verdrietig waren of kwaad of wanneer ik iets niet eerlijk vond). Een bezigheid die ik mezelf aangeleerd heb. Ik kon er me uren me bezig houden… Waarom, geen flauw idee.
Tot op een moment dat mijn hoofd zo waar werd van al het analyseren, van alle rolletjes die ik mezelf opgelegd heb. Zo vermoeiend! Want iedereen die ik analyseerde droeg ik mee in mijn rugzakje, op mijn rug. Het rugzakje raakte zo vol met het verdriet en de kwaadheid van anderen. Toen besefte ik het eigenlijk nog niet, want ik had er tijd en ruimte voor.
Tot ik mama werd… Dan veranderde alles…

Wanneer ik mama werd werd ik me steeds meer bewust van mezelf en dus ook mijn rugzakje!
Mijn kinderen werden mijn spiegel en het spiegelbeeld was niet altijd mooi om naar te kijken. Toen kwam tot uiting dat mijn rugzakje al vol zat met andere mensen, kwaadheid, verdriet en frustratie…
Welkom kindjes in jullie “NEST” dacht ik toen bij mezelf…

 

Natuurlijk Julie helpt jou ook graag opweg naar jezelf
Reserveren

Geef een reactie